| |
Hidde kat de walvisjager had een rotdag
Hidde kat de walvisjager had een rotdag. Eerst was hij met zijn houten been blijven steken in de trapleuning van zijn kajuit, en daarna had hij ontdekt dat de scheepskok eten vergeten maken was! "Wat voor stomme walvisjacht is dat hier" dacht Hidde. Zijn trouwe kameraad Coco de papegaai sprak hem vanaf zijn schouder wat moed in. "kopke krabbe, kopke krabbe!". Coco de papegaai kende maar één zin, maar het was wel een goeie.
Al twee weken waren ze superhard op zoek naar een walvis om op te schieten en vervolgens in stukjes te hakken. Het probleem was dat ze er nergens één vonden. Hidde kat had al twee dolfijntjes, vijf tonijnen, een haai en een kilo sardientjes geschoten, maar dat was toch niet hetzelfde. Naar het schijnt was er trouwens, in dit stukje Amelandse zee, ooit een ongelooflijk grote witte walvis gezien. Een walvis groter dan het grootste kasteel, en witter dan de witste sneeuw. Die moest Hidde hebben! Hij had nog nooit zo een witte walvis gezien, en wou hem vangen om er tegen mensen over te kunnen stoefen. Hij zou de beroemdste walvisvaarder van heel Ameland worden!
Net toen Hidde de scheepskok had uitgescholden voor verlepte haring, kwam er een matroos de scheepskeuken binnen gelopen. "Hidde, Hidde! Er zwemt iets vreemd voor onze boot! Het lijkt wel een zeehond!".
"Een zeehond?" sprak Hidde. "Dat kan toch helemaal niet? Die zwemmen nooit zover van de kust. Laten we dat maar eens goed gaan bekijken." Hidde volgde de matroos naar het dek, waar al zijn mannen over de leuning van het schip stonden te kijken. "Schuif eens op jongens, Hidde wilt kijken!" riep iemand. Kapitein Hidde werd onmiddellijk doorgelaten. Hidde leunde over de reling, en schrok zich een hoedje. Wat was dat voor iets! Een klein wit bultje stak vlak voor de boot boven het water uit. Hij had nog nooit zoiets gezien!
Maar Hidde had al vreemdere dingen meegemaakt. De truuk was om kalm te blijven, en de zaak eens goed te onderzoeken. Hij riep zijn mannen samen bij het harpoeneergeweer. "Mannen" sprak hij, "we gaan dat ding eens goed in zijn hoofd schieten. Daarna kunnen we het op het dek trekken, en het eens grondig bestuderen". Ze gingen aan de slag.
Jaak de harpoeneerder maakte het geweer klaar, Hidde zette de harpoen erin, en gaf het bevel te schieten. PANG! Daar vloog de harpoen, recht naar het vreemde dier. Het was raak! De harpoen had zich midden in de witte bult vastgezet. Maar... wat was dat? Een vreemde siddering ging doorheen het hele schip.
SPLASH! Uit het water voor het schip dook een reusachtig gevaarte op. De walvis! Hij had al die tijd bijna helemaal onder water gezeten, waardoor er maar een klein stukje te zien was geweest. Hidde trok groen weg. Dat ding was groter dan alles wat hij al ooit gezien had! En het kwam recht op het schip af! Hidde moest snél iets bedenken!
Maar Hidde was snel van geest. Terwijl het witte beest woest naar zijn schip toe zwom en erop begon te beuken, raapte hij al het dynamiet op dat op het dek te vinden was, en knoopte het vast rond zijn houten been. "HAJAAA" riep Hidde, en hij smeet zich, poot vooruit, in de mond van de walvis. Het beest schudde wild met zijn kop, en er steeg een indrukwekkend gesis op uit zijn muil. De walvis ging nog woester heen en weer beuken, maar het was te laat. "BAM" ging het, en het hoofd van de walvis spatte uiteen. Hidde kwam uit de lucht, met een prachtige salto, recht op het dek getuimeld. "Ziezo" sprak hij. "Mannen, we eten vis vanavond!"
|
|